Dertig is de nieuwe vijftig: waar het geldt, hoe het rijdt en wie er al langer aan vastzat

Het meest gehoorde bezwaar bij elke omzetting komt van ambulance en brandweer: langzamer rijden kost tijd, en bij een hartstilstand telt elke minuut.
Dat argument is reëel, maar minder groot dan het klinkt. Voertuigen met optische en geluidssignalen mogen van de limiet afwijken, dus de dertig geldt voor hen niet. Wat wél telt is de inrichting: drempels en versmallingen kosten een zware ambulance echte seconden, en die kun je niet wegdenken met een zwaailicht.
Daarom wordt bij herinrichting overlegd met de hulpdiensten over de route van de belangrijkste aanrijroutes, en worden drempels daar anders uitgevoerd of weggelaten.
Voor het openbaar vervoer is het effect concreter. Een buslijn die door dertigstraten rijdt, verliest tijd en dat moet in de dienstregeling worden opgevangen — met meer materieel en meer chauffeurs, of met een lagere frequentie.
De gangbare oplossing is de doorgaande route vijftig laten en de bus daarover leiden. Dat is precies waarom in de meeste steden juist die assen buiten de omzetting blijven.
Waar dat niet kan, worden haltes en verkeerslichten aangepast zodat de bus tijd terugwint op de plekken waar hij normaal wacht.
Voor pakketbezorgers en bevoorrading zit de tijd niet in de rijsnelheid maar in het parkeren, laden en lopen. Op een gemiddelde bezorgroute in de stad is de rijtijd tussen twee adressen kort en het stilstaan lang.
De winst van vijftig ten opzichte van dertig is daar dus klein, en de gevolgen van een aanrijding groot — bezorgverkeer stopt vaak op onlogische plekken, waar voetgangers omheen lopen.
Wat bevoorraders wel raakt, is de combinatie met andere maatregelen: milieuzones, venstertijden en autoluwe centra. Dertig is voor hen zelden het grootste punt.
In een dertigstraat is uitwijken lastiger dan op een brede vijftigweg: er staan auto's geparkeerd, de rijloper is smal en er fietsen mensen naast u.
Blijf rustig en kies één plek. Rijd niet zenuwachtig door in de hoop verderop ruimte te vinden, maar houd rechts aan en stop desnoods, ook als u daarmee even de doorgang blokkeert voor het overige verkeer. Een stilstaande auto is voor de ambulance beter voorspelbaar dan een die blijft zoeken.
Rijd niet door rood en niet de stoep op om ruimte te maken: dat levert u een boete op en het is meestal niet nodig. En let bij het weer optrekken op de fietsers die u zojuist rechts hebt ingehaald — die staan vaak in uw dode hoek.
De steden die vooropliepen, melden lagere gemiddelde snelheden en minder ernstige ongevallen, met de kanttekening dat het aantal jaren nog beperkt is en dat er meer tegelijk verandert — andere inrichting, meer fietsers, minder auto's in het centrum.
De reistijdverliezen die vooraf werden berekend, blijken in de praktijk kleiner dan verwacht, omdat het stadsverkeer toch al bepaald wordt door kruisingen en verkeerslichten.
Wat overblijft is een discussie over geloofwaardigheid: een limiet die niet wordt nageleefd omdat de weg iets anders uitstraalt, ondermijnt het idee. Dat is geen argument tegen dertig maar vóór herinrichting.
Met optische en geluidssignalen mag van de limiet worden afgeweken. Drempels en versmallingen kosten wel echte tijd.
Op dertigstraten wel. Daarom blijven de doorgaande assen waarover bussen rijden meestal vijftig.
In de praktijk minder dan de rekensom suggereert: kruisingen en verkeerslichten bepalen het stadsgemiddelde.