Dertig is de nieuwe vijftig: waar het geldt, hoe het rijdt en wie er al langer aan vastzat

Een fietser rijdt ongeveer achttien kilometer per uur. Rijdt u dertig, dan is uw snelheidsverschil twaalf kilometer per uur — u loopt per seconde iets meer dan drie meter in.
Om veilig in te halen heeft u een gat nodig van al gauw twintig tot dertig meter, en dat kost dus zeven tot tien seconden waarin u op de andere weghelft zit. Op een straat met kruisingen om de honderd meter haalt u die tijd vervolgens niet in: bij de eerstvolgende voorrangssituatie staat u weer stil.
Daar staat tegenover: bij vijftig is het snelheidsverschil ruim twee keer zo groot en is de manoeuvre in drie seconden gepiept. Dat is precies waarom inhalen op vijftigwegen vanzelfsprekend voelt en op dertig eigenlijk niet meer past.
Er staat in Nederland geen exact aantal centimeters in de wet, maar de gangbare vuistregel is anderhalve meter zijdelingse afstand bij het passeren van een fietser binnen de bebouwde kom. In verschillende landen is dat wettelijk vastgelegd; hier geldt de algemene norm dat u een andere weggebruiker niet in gevaar mag brengen.
Past die anderhalve meter niet, dan haalt u niet in. Zo simpel is het, en dat is op een smalle straat met geparkeerde auto's vaak de situatie.
Houd er bovendien rekening mee dat een fietser uitwijkt: voor een put, een opengaand portier of een tak. Wie krap passeert, laat geen ruimte voor die beweging.
Dat is geen provocatie maar vaak de veiligste plek. Vlak langs geparkeerde auto's rijden betekent binnen de zone waar een portier opengaat — de meest voorkomende aanrijding tussen auto en fiets in de stad.
Op een smalle straat is midden op de rijbaan bovendien duidelijker: u ziet de fietser eerder en u wordt niet verleid tot een krappe passeermanoeuvre.
In een fietsstraat — herkenbaar aan rood asfalt en vaak de tekst 'auto te gast' — is dit expliciet de bedoeling. De auto rijdt daar achter de fiets, en dat is de inrichting, geen misverstand.
Rond scholen en op doorgaande fietsroutes rijdt u soms achter een groep. Blijf dan achter de groep in plaats van er stukje bij beetje langs te kruipen; halverwege een groep zitten is de onveiligste plek van allemaal.
Geef ruimte bij kruisingen: fietsers die rechtdoor gaan hebben op veel plekken voorrang, en een auto die schuin achter een groep aandringt, ziet de laatste fietser vaak niet.
En gebruik uw richtingaanwijzer eerder dan u gewend bent. Op dertig kijken fietsers vaker om en gaan ze uit van oogcontact; een tijdig knipperlicht doet daar meer dan een claxon.
De vuistregel is anderhalve meter binnen de bebouwde kom. Past dat niet, dan haalt u niet in.
Ja, en vaak is dat de veiligste plek: buiten de zone waar autoportieren opengaan.
Een straat met rood asfalt waar de auto te gast is en achter de fietser blijft. De inrichting is daarop gemaakt.